woensdag 30 mei 2012

Ongevraagd advies? Zet u daar maar neer

Laatst kreeg ik op Twitter ongevraagd advies. Het ging om iemand die ik niet volgde, maar die af en toe antwoordde op tweets van mij. Ik moet bekennen dat ik vrij vinnig reageerde. Helemaal toen de ongevraagd adviseur, die volgens zijn bio iets met communicatie deed, niet zichzelf, maar “social media” als schuldige aanwees.

Mijn vinnigheid kwam natuurlijk voort uit mijn eigen irritatie, die zo’n ongevraagd advies meestal oproept. Het deed me denken aan de blogs en tweets over het fenomeen van de ongevraagde adviseur, die ik op Twitter af en toe voorbij zie komen.

Deze blogs zijn over het algemeen gericht áán de ongevraagd adviseur, waarmee je als blogger natuurlijk op een probleem stuit. Die ongevraagd adviseur gaat namelijk helemaal geen blog lezen over (tegen) het ongevraagd geven van advies. Die ongevraagd adviseur voelt zich na het geven van advies juist heel lekker. Die heeft zijn/haar goede daad van de dag alweer gedaan, karma gekweekt, toegegeven aan zijn/haar helpersbehoefte, of zich heel even superieur gevoeld; die zweeft de rest van de dag op vleugels!

De enige in dit verhaal waarover ik enige controle heb ben ik zelf. Ik ben nog niet zover dat ik die onmiddellijke irritatie kan voorkomen, maar inmiddels heb ik wel een manier gevonden om er zo snel mogelijk weer vanaf te zijn. Ik stel mezelf dan een paar vragen. Die heb ik hieronder even op een rijtje gezet.

1.    Wil ik iets met/van die persoon?
Nee  - dan hoef ik niets* te doen. Die irritatie gaat wel weg.
Ja     - stap van mijn irritatie af en begin een gesprek.

2.    Wil ik nu iets weten/horen/leren?
Nee  - doe niets.
Ja     - Zie de “ja” hierboven.

3.    Was ik aan het klagen?
Nee    - doe niets, of zie boven, voor de vervolg-ja’s.
Ja        - shame on me. Klagen is vragen (en meestal vervelend voor de toehoorder), dus dan ook niet zeuren. De persoon wil óf helpen, óf van mijn geklaag af zijn, of allebei. Daar kan ik in komen.

4. Heb ik hier nu zin in?
Nee   - doe niets, dat mag gewoon.
Ja      - Yeah right! Vanwaar die irritatie dan? (Het moge duidelijk zijn dat ik dit niet hardop doe) (Het moge ook duidelijk zijn dat ik het niet altijd met mijn eigen goede bedoelingen eens ben.)

Voor mij maakt het trouwens uit om te weten of degene die het advies geeft verstand heeft van het onderwerp. Dan vraag ik daarnaar. Zo kreeg ik ooit een compliment over mijn zang, waaraan een advies verbonden werd (Je zingt heel mooi, maar het zou nog mooier klinken als...). Bij navraag bleek de ongevraagd adviseur geen zangpedagoog, geen koordirigent en geen zanger. Het ging dus om zijn smaak, niet om mij. Weg irritatie. Overigens was dit natuurlijk geen compliment. (Grr.)

De leukste reactie op ongevraagd advies die ik ooit hoorde was: “Hee, je hebt er verstand van, hoor ik. Daar moet je wat mee doen, joh. Heb je een blog?” Volkomen passief-aggressief, natuurlijk, maar met een knipoog gebracht en de boodschap (jij wilt graag advies geven, doe dat maar ergens anders) kwam over.

Heb jij nog een andere manier gevonden om om te gaan met ongevraagd advies, dan houd ik me van harte aanbevolen. Ik zou graag zover komen dat ik zelfs die irritatie voor ben. Je kunt hieronder je gevraagde adviezen kwijt.

Herken je dit helemaal niet en heb je nooit die eerste irritatie, dan hoor ik helemaal graag van je! Dan ben ik namelijk benieuwd hoe dat werkt.



*) Onder “niets” versta ik: vriendelijk toeknikken of iets vriendelijks, nietszeggends antwoorden, eventueel luchtig bedanken, maar vooral: er verder geen aandacht aan schenken en het snel weer vergeten. Ook al zou ik iets met het advies kunnen, ik hoef niet altijd overal iets mee.

maandag 2 januari 2012

Van opknappen knap je op

Ik zal het maar eerlijk zeggen, vlak voor de kerst zat ik er even doorheen. Ik was moe, had de pest in over een paar dingen die ‘niet zo zouden moeten zijn’ en ik had gewoon Geen Zin. Kortom, de accu was leeg. Geen ramp, wel vervelend.
Nu zijn we een week verder, mijn lijf is moe en ik zou best nog een paar uur kunnen slapen, maar ik barst weer van de ideeën. Er viel me onder de douche een heel blog in en ik heb een doelijst waar zelfs ik ‘u’ tegen zeg, maar ik heb bovenal gewoon weer zin. Nu vraag je je misschien af wat ik gedaan heb in die week. Slaaptherapie? Skiën? Een weekje zingen (Of stilte. Schrik!) bij monniken? Nou nee. Ik heb geklust. De laatste week van dit jaar had ik vrijgepland om op mijn slaapzolder weer verder te gaan met het beitsen van de schuine wanden. Simpel werk, niet zwaar, alleen maar veel. Heel veel. En nee, ook daar had ik vlak voor de kerst geen zin in, maar ik had het hard lopen roepen, dus ik moest wel. Vond ik.
Op tweede kerstdag ging ik dus gewapend met oude kleren, een voorraad klusmaterialen en de Top2000 aan de slag. De eerste dag had ik nog last van een licht schuldgevoel (er moesten eigenlijk nog wat werkdingen worden gedaan) en was ik al na een paar uur compleet gesloopt, maar toen ik op dag twee eenmaal door de spierpijn heen was begon ik er lol en tempo in te krijgen. En ambitie. Het door mij gestelde doel ging gehaald worden!
Nu, vijf klus- en wat feestdagen later, kijk ik naar een prachtig resultaat en zou ik er best nog een weekje aan vast willen knopen (had ik al gezegd dat het veel was?), maar het belangrijkste is dat ik weer Zin Heb. De ideeënstroom borrelt weer.
Vanmorgen stond ik onder de douche te denken wat een aanrader dat is; een weekje klussen. Ik heb namelijk die hele week bijna nergens aan gedacht. Ten minste, niet dat ik weet. Verder dan dorst, honger, handen als schuurpapier, wat doet dít in de Top2000 en het wordt tijd voor een nieuw schuurkussentje kwam mijn hoofd niet. Denk ik. Heerlijk.
Maar, vanochtend werd ik dus wel wakker met een berg ideeën en plannen in mijn hoofd. Die moeten ergens vandaan gekomen zijn.
Toen dacht ik: dat is eigenlijk een schitterend idee voor een bedrijfsworkshop; in plaats van zingen (wat natuurlijk geweldig is) een weekje schilderen met je bedrijf. Je zoekt een pand dat een opknapbeurt nodig heeft, liefst iets met een gemeenschappelijke functie. Een school, bijvoorbeeld, of een dorpshuis. Dan ga je met een bedrijf, (of meerdere vestigingen van één bedrijf?) in dat pand een week aan de slag. Je kiest een afgebakende klus uit die zo groot is dat iedereen vooraf denkt: Sjeusj, dat redden we nooit. Een ervaren schilder heeft de leiding, levert materialen en stuurt de ergste klunzen wat bij. De taken worden per dag verdeeld en iedereen gaat aan de slag, ook de directie.
Oh ja, als extra uitdaging kun je afspreken dat er de eerste dag niet gepraat wordt, behalve het minimale om de klus goed te laten verlopen. Dan is er meteen ook geen mogelijkheid tot klagen of mopperen. Na een paar dagen, als iedereen de vorderingen begint te zien, ontstaat er gegarandeerd een collectieve ambitie. “We gaan dit af krijgen. Als we er een schepje bovenop doen, dan...” En natuurlijk ontstaat er een collectieve trots op het resultaat, net als bij een zangworkshop, met als bonus dat je als bedrijf een goede daad hebt verricht (wat trouwens met een zangworkshop ook kan, denk bijvoorbeeld aan een miniconcert in het plaatselijke verzorgingshuis).
Na die week (en misschien een afsluitfeestje?) ruim je de eerstvolgende werkdag in voor een plenaire brainstorm. Daar komen dan gegarandeerd ideeën en plannen uit, die het bedrijf weer nieuwe energie inblazen. Waarom? Omdat iedereen dan een week (of een paar dagen) de gedachten helemaal de vrije loop heeft kunnen laten, onder het leveren van een fikse inspanning. Vrije gedachten leveren altijd iets nieuws op.
Doen met je bedrijf? Of doen met jouw pand? Ik wil het wel organiseren. En ik ben inmiddels een ervaren schilder (maar ik ken ook een paar echte, hoor), dus ik kan de leiding nemen. Een geschikt pand is vast zo gevonden. Wat vinden jullie?