dinsdag 20 oktober 2015

Zenuwen? Je mag ze hebben!

Laten we het eens over zenuwen hebben. Hè nee, denkt nu het gros van de zangers, sprekers, en andere podiumkunstenaars. Hè ja, zeg ik, want met die “hè nee” hebben we meteen een belangrijk punt te pakken. We willen ze niet, die zenuwen. We doen echt van alles om er vanaf of van weg te komen. Druk bezig blijven, naar muziek luisteren, ritueeltjes uitvoeren, pillen, drank, echt van álles doen we om maar niet te denken aan die zenuwen, want dan, dan, nou ja, dan hebben we zenuwen.
Hier is het slechte nieuws. Wat je ook doet, je komt er niet van weg. Ze zijn er. In je fladderbuik. In je hoofd. In je zweethanden. In je bibberknieën. In je darmen (uit de weg, ik móét!). In je droge mond. Echt, overal zijn ze.

Dan is hier het goede nieuws. Je hoeft er niet van weg. Je gaat er namelijk niet dood aan (wat je keer op keer bewijst, toch?) en je bent er ook niet echt ziek van (geef nou toe). Dat proberen ze je alleen maar wijs te maken, die zenuwen. Die maken je zelfs wijs dat het niet zo’n goed idee is, dat optreden, die presentatie of die sollicitatie.

Nog meer goed nieuws is dat de adrenaline die al die lichamelijke ellende veroorzaakt best handig is als je een topprestatie gaat leveren. Alleen, niet als die als een horde wilde paarden door je lijf dendert. Je zou ze wat teugels moeten kunnen geven.

Nou, dat kan. Hier is een heel simpele (hoewel misschien wat idiote, maar hee, op een podium staan is zeker wél normaal) oefening. Neem vóór je topprestatie een moment om je zenuwen te verwelkomen. Met tekst. Ga erbij zitten, zie die wilde horde voor je, neem een oma-toontje in gedachten en zeg: “Hallo, zenuwen, zijn jullie daar weer? Nou nou, wat een drukte zeg, het lijkt wel of er storm komt.” (Dat zei mijn oma vaak.) “Jullie zijn van harte welkom. Ja, echt, kom er maar bij, zenuwen, jullie horen bij me, toe maar. Dan gaan we fijn samen optreden. Ja, ik meen het, jullie mogen meedoen. Echt. We ademen in... En we ademen uit...”

En meer van dat soort teksten. Rustig praten (hoeft niet hardop), rustig ademen, kort/snel in, langzaam uit, al je zenuwen door je hele lijf voelen gaan en merken dat dat best te harden is. Want dat is echt zo. Misschien niet meteen, maar geef het 5 minuten. En stiekem mag je dan even denken dat ze straks ook weer zullen verdwijnen.

En ja, dit is een vorm van meditatie. En het werkt. Weet ik uit ervaring. Als je het vaker doet wordt het steeds makkelijker.

Beste tijdstip: Ergens op de dag van je topprestatie. Hoe vroeger des te langer heb je er profijt van. Plus, je kunt er vlak vantevoren nog even snel op terugkomen als de zenuwen je toch weer overvallen. (Ja, jongens, ik was jullie niet vergeten, het is goed, etc.)
Vlak voor aanvang: mja, kan, maar de kans is groot dat je dan al zo overmand bent door die wilde horde dat je er zelf niet in gelooft en het dus een beetje halfslachtig gaat doen. Of dat je er dan net geen tijd meer voor hebt. Het vraagt minimaal vijf minuten.
Probeer het drie keer (dus voor drie topprestaties) en kijk dan pas terug of je er iets van hebt gemerkt.


Heb je ook een tip om mét zenuwen om te gaan? Laat een reactie achter. En denk je nu “Bij mij werkt dat niet, want...” Dan hoor ik het ook graag. Kom maar op!

vrijdag 21 juni 2013

Het regent hier al de hele ochtend en het ziet er niet naar uit dat het “ooit” nog opknapt. Dit soort weer doet me altijd denken aan één bepaalde kampeervakantie met het hele gezin, ergens in Overijssel. We stonden een beetje achteraf, in een stukje bos (nooit op een veldje!) waar het wemelde van de bosbessenstruiken. Dagen achtereen had het geregend. Van die niet aflatende regen, net iets harder dan miezeren en het was windstil, dus die regenwolken gingen helemaal nergens naar toe.

Alles wat je uit je koffer haalde was vochtig, alle “leuke” binnen-activiteiten hadden we al gedaan, boeken waren uit, binnenspelletjes niet meer leuk en we waren zelfs te apathisch om nog ruzie te maken. Van dat weer waar buitenland-kampeerders altijd bij voorbaat voor vluchten.

Iedere dag checkten we bij een buurman met TV wat Pelleboer (de weerman van mijn jeugd) gezegd had en iedere dag hoorden we hetzelfde. “Het blijft voorlopig zo.”

Toen was daar, na dagen en dagen (voor mij voelde het als weken), eindelijk dat moment dat het stiller werd. En lichter. Echt, het werd lichter. Op het tentdak drupten de bomen nog na, maar het leek wel... droog! En even later, niemand durfde het te geloven, maar daarboven, heel voorzichtig begon de zon door de wolken te breken.

En toen hoorden we een geluid. Het klonk als klappen. Mijn zus en ik deden de tent open, trokken onze laarzen aan en liepen naar het veldje. Daar stond een buurman, middenop het veld, hoofd in de nek, gelukzalige blik op zijn gezicht, te applaudisseren. Voor de zon. Terwijl we toekeken kwam er een andere buurman naast hem staan klappen. Mijn zus en ik renden naar hen toe en begonnen mee te klappen. Eén voor één kwam mensen hun tent uit en voegden zich bij ons. Vijf mensen, acht, vijftien... Het applaus zwol aan. Van andere veldjes kwamen meer mensen toegesneld om te kijken wat er aan de hand was. Ze klapten mee. Twintig mensen, dertig? Ik was jong, dus voor mijn gevoel waren we wel met honderden.

Niemand zei iets. Niemand lachte. Ik keek onder het klappen om me heen en voelde een enorme verbondenheid met al die mensen. Wíj deden dit. Na een tijdje hield de eerste buurman op met klappen. Het applaus stierf langzaam weg. Hij wisselde met enkele mensen een vergenoegde blik en stapte toen, met veel gevoel voor drama, plechtig terug naar zijn tent, pakte zijn tuinstoel en ging nadrukkelijk in de zon zitten.

Heerlijke jeugdherinnering.


En volgens mij wordt het al lichter...

woensdag 30 mei 2012

Ongevraagd advies? Zet u daar maar neer

Laatst kreeg ik op Twitter ongevraagd advies. Het ging om iemand die ik niet volgde, maar die af en toe antwoordde op tweets van mij. Ik moet bekennen dat ik vrij vinnig reageerde. Helemaal toen de ongevraagd adviseur, die volgens zijn bio iets met communicatie deed, niet zichzelf, maar “social media” als schuldige aanwees.

Mijn vinnigheid kwam natuurlijk voort uit mijn eigen irritatie, die zo’n ongevraagd advies meestal oproept. Het deed me denken aan de blogs en tweets over het fenomeen van de ongevraagde adviseur, die ik op Twitter af en toe voorbij zie komen.

Deze blogs zijn over het algemeen gericht áán de ongevraagd adviseur, waarmee je als blogger natuurlijk op een probleem stuit. Die ongevraagd adviseur gaat namelijk helemaal geen blog lezen over (tegen) het ongevraagd geven van advies. Die ongevraagd adviseur voelt zich na het geven van advies juist heel lekker. Die heeft zijn/haar goede daad van de dag alweer gedaan, karma gekweekt, toegegeven aan zijn/haar helpersbehoefte, of zich heel even superieur gevoeld; die zweeft de rest van de dag op vleugels!

De enige in dit verhaal waarover ik enige controle heb ben ik zelf. Ik ben nog niet zover dat ik die onmiddellijke irritatie kan voorkomen, maar inmiddels heb ik wel een manier gevonden om er zo snel mogelijk weer vanaf te zijn. Ik stel mezelf dan een paar vragen. Die heb ik hieronder even op een rijtje gezet.

1.    Wil ik iets met/van die persoon?
Nee  - dan hoef ik niets* te doen. Die irritatie gaat wel weg.
Ja     - stap van mijn irritatie af en begin een gesprek.

2.    Wil ik nu iets weten/horen/leren?
Nee  - doe niets.
Ja     - Zie de “ja” hierboven.

3.    Was ik aan het klagen?
Nee    - doe niets, of zie boven, voor de vervolg-ja’s.
Ja        - shame on me. Klagen is vragen (en meestal vervelend voor de toehoorder), dus dan ook niet zeuren. De persoon wil óf helpen, óf van mijn geklaag af zijn, of allebei. Daar kan ik in komen.

4. Heb ik hier nu zin in?
Nee   - doe niets, dat mag gewoon.
Ja      - Yeah right! Vanwaar die irritatie dan? (Het moge duidelijk zijn dat ik dit niet hardop doe) (Het moge ook duidelijk zijn dat ik het niet altijd met mijn eigen goede bedoelingen eens ben.)

Voor mij maakt het trouwens uit om te weten of degene die het advies geeft verstand heeft van het onderwerp. Dan vraag ik daarnaar. Zo kreeg ik ooit een compliment over mijn zang, waaraan een advies verbonden werd (Je zingt heel mooi, maar het zou nog mooier klinken als...). Bij navraag bleek de ongevraagd adviseur geen zangpedagoog, geen koordirigent en geen zanger. Het ging dus om zijn smaak, niet om mij. Weg irritatie. Overigens was dit natuurlijk geen compliment. (Grr.)

De leukste reactie op ongevraagd advies die ik ooit hoorde was: “Hee, je hebt er verstand van, hoor ik. Daar moet je wat mee doen, joh. Heb je een blog?” Volkomen passief-aggressief, natuurlijk, maar met een knipoog gebracht en de boodschap (jij wilt graag advies geven, doe dat maar ergens anders) kwam over.

Heb jij nog een andere manier gevonden om om te gaan met ongevraagd advies, dan houd ik me van harte aanbevolen. Ik zou graag zover komen dat ik zelfs die irritatie voor ben. Je kunt hieronder je gevraagde adviezen kwijt.

Herken je dit helemaal niet en heb je nooit die eerste irritatie, dan hoor ik helemaal graag van je! Dan ben ik namelijk benieuwd hoe dat werkt.



*) Onder “niets” versta ik: vriendelijk toeknikken of iets vriendelijks, nietszeggends antwoorden, eventueel luchtig bedanken, maar vooral: er verder geen aandacht aan schenken en het snel weer vergeten. Ook al zou ik iets met het advies kunnen, ik hoef niet altijd overal iets mee.

maandag 2 januari 2012

Van opknappen knap je op

Ik zal het maar eerlijk zeggen, vlak voor de kerst zat ik er even doorheen. Ik was moe, had de pest in over een paar dingen die ‘niet zo zouden moeten zijn’ en ik had gewoon Geen Zin. Kortom, de accu was leeg. Geen ramp, wel vervelend.
Nu zijn we een week verder, mijn lijf is moe en ik zou best nog een paar uur kunnen slapen, maar ik barst weer van de ideeën. Er viel me onder de douche een heel blog in en ik heb een doelijst waar zelfs ik ‘u’ tegen zeg, maar ik heb bovenal gewoon weer zin. Nu vraag je je misschien af wat ik gedaan heb in die week. Slaaptherapie? Skiën? Een weekje zingen (Of stilte. Schrik!) bij monniken? Nou nee. Ik heb geklust. De laatste week van dit jaar had ik vrijgepland om op mijn slaapzolder weer verder te gaan met het beitsen van de schuine wanden. Simpel werk, niet zwaar, alleen maar veel. Heel veel. En nee, ook daar had ik vlak voor de kerst geen zin in, maar ik had het hard lopen roepen, dus ik moest wel. Vond ik.
Op tweede kerstdag ging ik dus gewapend met oude kleren, een voorraad klusmaterialen en de Top2000 aan de slag. De eerste dag had ik nog last van een licht schuldgevoel (er moesten eigenlijk nog wat werkdingen worden gedaan) en was ik al na een paar uur compleet gesloopt, maar toen ik op dag twee eenmaal door de spierpijn heen was begon ik er lol en tempo in te krijgen. En ambitie. Het door mij gestelde doel ging gehaald worden!
Nu, vijf klus- en wat feestdagen later, kijk ik naar een prachtig resultaat en zou ik er best nog een weekje aan vast willen knopen (had ik al gezegd dat het veel was?), maar het belangrijkste is dat ik weer Zin Heb. De ideeënstroom borrelt weer.
Vanmorgen stond ik onder de douche te denken wat een aanrader dat is; een weekje klussen. Ik heb namelijk die hele week bijna nergens aan gedacht. Ten minste, niet dat ik weet. Verder dan dorst, honger, handen als schuurpapier, wat doet dít in de Top2000 en het wordt tijd voor een nieuw schuurkussentje kwam mijn hoofd niet. Denk ik. Heerlijk.
Maar, vanochtend werd ik dus wel wakker met een berg ideeën en plannen in mijn hoofd. Die moeten ergens vandaan gekomen zijn.
Toen dacht ik: dat is eigenlijk een schitterend idee voor een bedrijfsworkshop; in plaats van zingen (wat natuurlijk geweldig is) een weekje schilderen met je bedrijf. Je zoekt een pand dat een opknapbeurt nodig heeft, liefst iets met een gemeenschappelijke functie. Een school, bijvoorbeeld, of een dorpshuis. Dan ga je met een bedrijf, (of meerdere vestigingen van één bedrijf?) in dat pand een week aan de slag. Je kiest een afgebakende klus uit die zo groot is dat iedereen vooraf denkt: Sjeusj, dat redden we nooit. Een ervaren schilder heeft de leiding, levert materialen en stuurt de ergste klunzen wat bij. De taken worden per dag verdeeld en iedereen gaat aan de slag, ook de directie.
Oh ja, als extra uitdaging kun je afspreken dat er de eerste dag niet gepraat wordt, behalve het minimale om de klus goed te laten verlopen. Dan is er meteen ook geen mogelijkheid tot klagen of mopperen. Na een paar dagen, als iedereen de vorderingen begint te zien, ontstaat er gegarandeerd een collectieve ambitie. “We gaan dit af krijgen. Als we er een schepje bovenop doen, dan...” En natuurlijk ontstaat er een collectieve trots op het resultaat, net als bij een zangworkshop, met als bonus dat je als bedrijf een goede daad hebt verricht (wat trouwens met een zangworkshop ook kan, denk bijvoorbeeld aan een miniconcert in het plaatselijke verzorgingshuis).
Na die week (en misschien een afsluitfeestje?) ruim je de eerstvolgende werkdag in voor een plenaire brainstorm. Daar komen dan gegarandeerd ideeën en plannen uit, die het bedrijf weer nieuwe energie inblazen. Waarom? Omdat iedereen dan een week (of een paar dagen) de gedachten helemaal de vrije loop heeft kunnen laten, onder het leveren van een fikse inspanning. Vrije gedachten leveren altijd iets nieuws op.
Doen met je bedrijf? Of doen met jouw pand? Ik wil het wel organiseren. En ik ben inmiddels een ervaren schilder (maar ik ken ook een paar echte, hoor), dus ik kan de leiding nemen. Een geschikt pand is vast zo gevonden. Wat vinden jullie?

maandag 7 november 2011

Hoe overleef ik mijn verkoudheid?!

Iedere zanger krijgt er vroeg of laat mee te maken; je hebt een optreden voor de boeg en je voelt een paar dagen ervoor een verkoudheid opkomen. Driftig wordt er dan naar middelen gegrepen om één en ander te onderdrukken, uit te stellen of niet te voelen. Weerstandsverhogers, pijnstillers en keelpastilles worden aangeschaft en sjaaltjes en wollen mutsen (jawel, binnenshuis!) uit de kast getrokken.
Door de jaren heen ben ik een aantal (natuurlijke) remedies tegengekomen die ofwel verzorgen, ofwel voor verlichting zorgen, zodat je toch kunt zingen. Hieronder volgt een lijst van de dingen die voor mij en anderen aan wie ik ze aangeraden heb hebben gewerkt. Let wel, we zijn allemaal verschillend, dus niet iedereen reageert hetzelfde op dezelfde middelen. Je kunt het beste verschillende dingen uitproberen en kijken waar je het beste op reageert.
Voordat ik aan de lijst begin nog even dit. Als je als zanger(es) roept dat je een zere keel hebt zijn er nog steeds mensen die je meteen aanraden om met zout water te gorgelen. Doe dat maar niet. Ja, zout water kan het teveel aan slijm enigszins oplossen, maar tegelijkertijd irriteert het de slijmvliezen, waardoor deze meer slijm gaan produceren, dus dit middel is meestal erger dan de kwaal.
Ga ook niet fluisteren. Dit belast de stem juist extra. Als praten/zingen zeer doet, praat/zing dan niet, of als het echt moet, heel zachtjes.
  1. Gorgelen met thee van verse of gedroogde salie (salvia oficinalis) werkt verzachtend (salvia betekent zalf). Sterke thee zetten, af laten koelen, gorgelen. Niet drinken, want dat is tamelijk heftig voor de maag. NB: Niets van wat je drinkt of gorgelt komt direct bij de keel of stem. Dat zou ook niet best zijn...
     
  2. Bij verkoudheid wordt de slijmlaag op de slijmvliezen verstoord, waardoor ze uitdrogen, dus drink wat meer water en/of (kruiden)thee. Water bevochtigt de slijmvliezen van binnenuit. Let wel, dit duurt ongeveer 5 tot 6 uur, dus begin op tijd! Water drinken vlak voor een optreden bevochtigt alleen de mondholte. Heel even.
     
  3. Vermijd koffie, gewone thee, chocola en alcohol. Hier zitten stoffen in waarvan de slijmvliezen kunnen uitdrogen, danwel opzwellen. Bovendien kost het je lichaam energie om die stoffen af te breken en die energie heb je hard nodig om de verkoudheid te lijf te gaan. Ik drink kruidenthee (met verse of gedroogde thijm, lekker!), eventueel met honing.
     
  4. Eet licht verteerbaar voedsel. Vet eten kost meer energie dan het oplevert en... zie punt 3.
     
  5. Thijm verzacht en verzorgt de slijmvliezen in de mondholte en bij inname ook de andere slijmvliezen, van binnenuit. Er bestaat thijmthee, maar ook thijmsiroop en thijmtinctuur.
     
  6. Wilgenbast is een natuurlijke pijnstiller. Bij de natuurdrogist is dit in verschillende vormen te koop.
     
  7. Ik ben geen homeopaat en ik bemoei me niet met de discussies over homeopathie. VSM heeft een middel voor de luchtwegen, dat goed werkt bij keelpijn en 'last van de stem'. Phosphorus C12 granules, 2 x daags 3 korrels onder de tong laten oplossen. Het is niet zo'n middel dat je eerst een tijdje moet gebruiken voordat het werkt. Ik voel er altijd vrij snel verlichting door. Een minder 'dikke keel'. Een aantal van mijn (semi-)professionele leerlingen gebruikt het ook, met goede resultaten. De apotheek of natuurdrogist heeft het niet standaard in huis, maar kan het voor je bestellen. Bij mij is het keelgedeelte meestal snel over als ik het gebruik. Met kopverkoudheid is wel te zingen.
     
  8. Stomen wordt ook vaak genoemd als middel bij verkoudheid. Bij mij werkt het niet bij keel-, wel bij kopverkoudheid (verstopte neus, volle holtes, etc.) Er is me ooit verteld dat je met de warmte juist bacillen verspreidt, maar ik weet niet of dat echt zo is. (Is er een dokter in de zaal?)
     
  9. Hier een leuke. Zuigsnoepjes. Maakt niet uit welke soort, zelfs zuigen op een (glad) kiezelsteentje helpt. Zoals mijn huisarts zegt: "Zuigen produceert sputum (spuug), waarin heel veel afweerstoffen zitten." En ja, ik heb dit uitgetest en het werkt.
     
  10. Slaap. Veel.
     
  11. Maak voor het slapengaan een grog of quast. Spoel een grote mok om met kokend water. Doe er 1 uitgeperste citroen, 1 uitgeperste sinaasappel in (of 2 sinaas en 1 citroen als je niet zo van citroen houdt), scheutje cognac (jawel, alcohol!), aanvullen met kokend water of kruidenthee. Snel opdrinken en dan naar bed en de verkoudheid eruit zweten. Niet de avond vlak voor het optreden (want alcohol), maar zodra je de symptomen voelt.
     
  12. Als ik me erg beroerd voel vind ik het voor mezelf okay om een half uur voor een optreden twee paracetamol in te nemen. (Ik slik normaal nooit pijnstillers.) Dan voel ik me net iets beter, waardoor de lichamelijke inspanning wat minder zwaar wordt.
     
  13. Vertrouw op je techniek en ga niet door alle slijmzooi heen 'duwen. Juist als je je beroerd voelt is het je techniek die je erdoorheen sleept. Zing als het ware achter de verkoudheid langs en gebruik al je ondersteunende zangspieren (met name ribben en rug) om je stem te ontzien. Warm voor het optreden vooral ook je lichaam op, zodat de spieren al 'aanstaan' en aanspreekbaar zijn.
     
  14. Misschien ten overvloede, of als geheugensteun: als er onder gezonde omstandigheden dingen zijn waar je lichaam wat 'geïrriteerd' op reageert (bijv. melkproducten of citrusvruchten) neem die dan niet als je je niet lekker voelt. Duh, zul je denken, maar dit soort dingen vergeten we soms.
     
  15. Weerstandverhogende middelen zoals Echinaforce of Nisyleen helpen niet bij verkoudheid. Zoals een huisarts vroeger tegen me zei: "Da's te laat." Bovendien kunnen dat soort middelen ook onderdrukkend werken, dus gebruik ze niet te lang. Het beste is het natuurlijk om genoeg gezonde voeding te eten en te zorgen dat je in algehele goede conditie bent. Niet om nooit verkouden te worden, wel om ervoor te zorgen dat je lichaam de verkoudheid er snel uit werkt.
Beterschap en zingze!

woensdag 6 april 2011

Veranderen? Lekker dwingen!


Zo’n twaalf jaar geleden werd ik gebeld door een oude kennis die voor een klant iets aan het organiseren was, met de vraag of ik een workshop wilde geven. De klant, een groot werving- en selectiebedrijf, wilde haar medewerkers, klanten en potentiële nieuwe klanten in ongedwongen sfeer op een mooi landgoed iets bijzonders laten meemaken. Ze hadden het ’onthaastingsdag’ genoemd. Een dag met verschillende workshops op allerlei gebieden.

Ik had nog nooit een workshop gegeven aan niet-zangers, dus er gingen wat hoofdbrekens aan vooraf. Uiteindelijk had ik een klassieke canon meegenomen en op het landgoed een mooi plekje tussen de rhododendrons uitgezocht. De groepen kwamen één voor één voor ‘mijn’ rhododendrons staan, een beetje onwennig en zenuwachtig. Na afloop liepen ze druk pratend naar de volgende workshop. Da’s een verandering.

Tegels
Aan het eind van de middag voegden we alle groepen samen tot een groot koor, voor onze presentatie. Vlak voor het aangeven van de toon mimede ik tamelijk suggestief dat we ‘met kloten’ gingen zingen, wat de nodige hilariteit (ontspanning!) veroorzaakte, en vervolgens zongen we ’de tegels even uit het terras’, zoals een deelnemer later zei. Workshop geslaagd.

Na afloop van ons concert kwam er een deftig uitziende heer op me af. ‘Ik had nog nooit gezongen en ik dacht eigenlijk dat ik het niet kon’, zei hij, ‘maar ik vond het heerlijk. Dank u wel, mevrouw.’ Een ander kwam me vertellen dat hij weer op een koor ging en een derde had eindelijk zijn gram kunnen halen op de juf van wie hij nooit mee mocht zingen in de klas. (grr, daar zou ik een blog over kunnen schrijven!)

Pas later realiseerde ik me dat er met deze mensen nog meer gebeurd was dan een lekker stukje zingen. Van mijn kennis hoorde ik dat er die dag behalve goodwill (als je klanten iets bijzonders laat meemaken dan gunnen ze jou ook iets!) ook een hoop nieuwe contacten en initiatieven waren gekweekt.

Bij mezelf was er ook iets veranderd. Ik had honger naar meer. Meer teweegbrengen, meer doen met wat ik teweegbracht, meer uitvinden wat samen zingen nou eigenlijk met mensen doet. Ik ging op onderzoek uit, cursussen doen op allerlei gebied, leren over bewustzijn, persoonlijke groei, verandering, de werking van de hersenen en langzaamaan kreeg ik steeds meer inzicht in wat er allemaal kan gebeuren als je een groep mensen bij elkaar zet en zegt: ‘we gaan nu zingen’.

Doe-gewoontes
De mensen in zo’n groep gaan dan in eerste instantie doen wat ze altijd doen. Althans, dat gaan ze proberen. De drukke prater probeert tussen het zingen door (of zelfs tijdens het zingen) druk te praten. De controlfreak wil het liefst zo snel mogelijk controle krijgen. De perfectionist wil het vooral goed doen. De met-alle-winden-meewaaier vindt het wel best en doet zo’n beetje mee. Heeft u een beeld?

Al die verschillende doeners lopen dan tegen één probleem aan. En dat ben ik. Ik laat ze dat ene ding niet doen, ik laat ze zingen. Ik vraag, ik plaag, ik stuur, ik dwing. En ze hebben het niet door. En dan gebeurt er iets bijzonders. Dan wrikken we langzaam maar zeker die kleine, vastgeroeste doe-gewoontes even los. Als je namelijk een tijdje niet kunt doen wat je altijd doet, simpelweg omdat iemand je vraagt om iets anders te doen, dan ontstaat er in je hoofd ruimte voor nieuwe dingen. Bijvoorbeeld zingen. Of een grote bedrijfsinnovatie.