Laten we het
eens over zenuwen hebben. Hè nee, denkt nu het gros van de zangers, sprekers,
en andere podiumkunstenaars. Hè ja, zeg ik, want met die “hè nee” hebben we
meteen een belangrijk punt te pakken. We willen ze niet, die zenuwen. We doen
echt van alles om er vanaf of van weg te komen. Druk bezig blijven, naar muziek
luisteren, ritueeltjes uitvoeren, pillen, drank, echt van álles doen we om maar
niet te denken aan die zenuwen, want dan, dan, nou ja, dan hebben we zenuwen.
Hier is het
slechte nieuws. Wat je ook doet, je komt er niet van weg. Ze zijn er. In je
fladderbuik. In je hoofd. In je zweethanden. In je bibberknieën. In je darmen
(uit de weg, ik móét!). In je droge mond. Echt, overal zijn ze.
Dan is hier
het goede nieuws. Je hoeft er niet van weg. Je gaat er namelijk niet dood aan
(wat je keer op keer bewijst, toch?) en je bent er ook niet echt ziek van (geef
nou toe). Dat proberen ze je alleen maar wijs te maken, die zenuwen. Die maken
je zelfs wijs dat het niet zo’n goed idee is, dat optreden, die presentatie of
die sollicitatie.
Nog meer
goed nieuws is dat de adrenaline die al die lichamelijke ellende veroorzaakt
best handig is als je een topprestatie gaat leveren. Alleen, niet als die als
een horde wilde paarden door je lijf dendert. Je zou ze wat teugels moeten
kunnen geven.
Nou, dat
kan. Hier is een heel simpele (hoewel misschien wat idiote, maar hee, op een podium
staan is zeker wél normaal) oefening. Neem vóór je topprestatie een moment om
je zenuwen te verwelkomen. Met tekst. Ga erbij zitten, zie die wilde horde voor
je, neem een oma-toontje in gedachten en zeg: “Hallo, zenuwen, zijn jullie daar
weer? Nou nou, wat een drukte zeg, het lijkt wel of er storm komt.” (Dat zei
mijn oma vaak.) “Jullie zijn van harte welkom. Ja, echt, kom er maar bij,
zenuwen, jullie horen bij me, toe maar. Dan gaan we fijn samen optreden. Ja, ik
meen het, jullie mogen meedoen. Echt. We ademen in... En we ademen uit...”
En meer van
dat soort teksten. Rustig praten (hoeft niet hardop), rustig ademen, kort/snel
in, langzaam uit, al je zenuwen door je hele lijf voelen gaan en merken dat dat
best te harden is. Want dat is echt zo. Misschien niet meteen, maar geef het 5
minuten. En stiekem mag je dan even denken dat ze straks ook weer zullen
verdwijnen.
En ja, dit
is een vorm van meditatie. En het werkt. Weet ik uit ervaring. Als je het vaker
doet wordt het steeds makkelijker.
Beste
tijdstip: Ergens op de dag van je topprestatie. Hoe vroeger des te langer heb
je er profijt van. Plus, je kunt er vlak vantevoren nog even snel op terugkomen
als de zenuwen je toch weer overvallen. (Ja, jongens, ik was jullie niet
vergeten, het is goed, etc.)
Vlak voor
aanvang: mja, kan, maar de kans is groot dat je dan al zo overmand bent door
die wilde horde dat je er zelf niet in gelooft en het dus een beetje
halfslachtig gaat doen. Of dat je er dan net geen tijd meer voor hebt. Het
vraagt minimaal vijf minuten.
Probeer het
drie keer (dus voor drie topprestaties) en kijk dan pas terug of je er iets van
hebt gemerkt.
Heb je ook
een tip om mét zenuwen om te gaan? Laat een reactie achter. En denk je nu “Bij
mij werkt dat niet, want...” Dan hoor ik het ook graag. Kom maar op!
Geen opmerkingen:
Een reactie posten